Essentie - Existentie
Essentie en existentie veronderstellen elkaar wederzijds. Een essentie bestaat uit twee onderdelen: de abstracte zijnskern van een ding en de energie die nodig is om het ding van essentie tot existentie te bevorderen.
Dingen kunnen op twee manieren worden gekend: via hun existentie (orde van de waarneming) en via hun essentie (orde van het verstand). Kennis via existentie plaatst de dingen in een keten van oorzaken en gevolgen die zich ontwikkelt in de tijd. Ze is diachroon. Kennis via essentie wordt afgeleid uit het ‘wetboek’ waarin de tijdloze essenties zijn vastgelegd. Ze is synchroon.
Terwijl waarneming de dingen alleen via subjectieve voorstellingen kent, stelt het verstand de voorstellingen of heft ze op, bevestigt hun aanwezigheid of ontkent ze.
Spinoza richt zijn aandacht voornamelijk op de essenties van enkelvoudige dingen. De menselijke geest is volgens hem te zwak om zich een beeld te vormen van het ‘wetboek’ van de natuurwetten waarvan de enkelvoudige dingen varianten zijn. Anderzijds houdt hij vol dat kennis van enkelvoudige essenties onmogelijk is zonder inzicht in het systeem als totaal. Het is een probleem waarin hij zich verstrikt en waarvoor hij nooit een bevredigende oplossing heeft gevonden.
In het boek "Spinoza's filosofie in 50 sleutelwoorden" wordt deze term, samen met 49 andere termen uitgebreid toegelicht op basis van al Spinoza's geschriften.