God
De ware God is de enkelvoudige substantie of Natuur. De onware God is de voorstelling die mensen zich van deze substantie (Natuur) maken.
Zijnswijzen. De substantie is oorzaak van zichzelf. De relatie tussen de substantie en de verschijningsvormen is die van het geheel tot de delen. Hoe meer de delen met elkaar samenhangen, des te sterker de aanwezigheid van God.
Attributen/eigenschappen. Het onderscheid tussen eigenlijke eigenschappen of attributen en oneigenlijke eigenschappen, kortweg ‘eigenschappen’, berust op een categoriefout, een overblijfsel van het cartesiaans dualisme. In feite zijn de attributen oneigenlijke eigenschappen, terwijl de ‘eigenschappen’ eigenlijke eigenschappen zijn.
Kenwijzen. Spinoza maakt onderscheid tussen de ware God en onware Godsbeelden. De ware God, dat wil zeggen de substantie of Natuur, wordt gekend door het verstand; de onware God is een product van het menselijk voorstellingsvermogen. De Bijbel, de profeten en de kerk verkondigen voorstellingen van God met de bedoeling het volk te onderwerpen aan het geloof. Filosofen en wetenschappers onderzoeken de ware aard van God door natuurwetenschappelijk onderzoek. Zij wijzen de mens de weg naar vrijheid en gelukzaligheid.
In het boek "Spinoza's filosofie in 50 sleutelwoorden" wordt deze term, samen met 49 andere termen uitgebreid toegelicht op basis van al Spinoza's geschriften.