Rede

 

Spinoza maakt onderscheid tussen goddelijke Rede en menselijke rede.

Goddelijke Rede is de bestaansgrond (ratio essendi) van alle dingen. Goddelijke Rede is levenwekkende rede, dat wil zeggen: oorsprong van alle dingen, samenhang die alle dingen bijeenhoudt en kiemkracht waaruit alle dingen ontstaan. Goddelijke Rede vindt haar uitdrukking in natuurwetten, opgevat als getalsmatige verhoudingen van de delen tot het geheel.

Menselijke rede (ratio cognoscendi) behoort tot de verschijningsvormen. Mensen gebruiken hun rede om de affecten te beteugelen. Affecten zijn passies die door de rede tot acties kunnen worden getransformeerd. De mate waarin mensen daarin slagen bepaalt de mate waarin ze zich vrij maken.    Vrijheid is vrijheid onder de wet. Menselijke rede stimuleert het eigenbelang en helpt mensen zich te handhaven in het bestaan. Mensen slagen daar beter in naarmate ze zich aaneensluiten tot samenlevingen. God manifesteert zich waar samenlevingen zich verdichten; hij verdwijnt waar samenlevingen zich ontbinden.

 

In het boek "Spinoza's filosofie in 50 sleutelwoorden" wordt deze term, samen met 49 andere termen uitgebreid toegelicht op basis van al Spinoza's geschriften.