Substantie - Verschijningsvormen

 

 

Het Zijn moet worden begrepen als een enkelvoudige substantie die zich manifesteert in oneindig veel verschijningsvormen.

Spinoza erkent maar één substantie, samenvallend met God/Natuur. Monisme impliceert (a) dat God immanent is, (b) dat de substantie oorzaak is van zichzelf, (c) dat de mens als natuurverschijnsel niet verschilt van andere natuurverschijnselen.

‘Oneindige verschijningsvorm’ is in feite een contradictio in terminis. Het is een verwijzing naar de kenmerken die alle natuurverschijnselen gemeen hebben.

Attributen zijn gezichtspunten op de enkelvoudige substantie. De attributen Denken en Uitgebreidheid tonen twee kanten van één medaille.

 

In het boek "Spinoza's filosofie in 505 sleutelwoorden" wordt deze term, samen met 49 andere termen uitgebreid toegelicht op basis van al Spinoza's geschriften.